Identificatie en evaluatie van chronische nierinsufficiëntie bij volwassenen

In deze nieuwsbrief leest u meer over chronische nierinsufficiëntie (CNI): de belangrijkste complicaties, hoe eGFR- en uACR-waarden te interpreteren, het belang van urinesediment, de stagering van CNI en de richtlijnen rond monitoringsfrequentie per categorie eGFR en albuminurie.

Deel dit artikel via:

Epidemiologie, oorzaken en klinische impact van CNI

De wereldwijde prevalentie van adulte CNI wordt geschat op 10% tot zelfs 50% in hoog-risico populaties en deze stijgt nog. CNI en finaal nierfalen ontstaan wanneer het aantal functionerende nefronen sterk daalt. Dit kan veroorzaakt worden door primaire renale aandoeningen, of secundair kan renale schade ontstaan door diabetes, hypertensie of systeemziekten.

De 2 meest en veelal samen voorkomende oorzaken van CNI zijn diabetes en hypertensie. Gezien de systemische impact van CNI op de gezondheid van de patiënt, is het van primordiaal belang om de specifieke etiologie te achterhalen door evaluatie van de klinische context (met o.a persoonlijke medische en socioeconomische voorgeschiedenis, medicatiegebruik,…) samen met het lichamelijk onderzoek en de labo analyses. Ook kunnen anatomopathologie en beeldvorming aanvullend of nodig zijn.

Door de verminderde nierfunctie ontstaat een verstoring van de water- en elektrolytenhuishouding met mogelijk oedemen tot gevolg. Tevens kan de gedetorieerde calcium- en fosfaathomeostase leiden tot een gewijzigd botmetabolisme (chronic kidney disease mineral and bone disorder) met potentieel renale osteoporose tot gevolg. De verminderde renale erythropoiëtineproductie is de oorzaak van een met CNI geassocieerde anemie.

Screening & diagnostiek

Uitgesproken symptomen worden pas laattijdig gezien bij verlies van 90% van de functie. De diagnosegebeurt dan ook vaak pas in een laat stadium gezien de afname van de nierfunctie geleidelijk verloopt. Voor de vroege diagnose, stagering en management van CNI is een laboratoriumanalyse van groot belang.

Mensen met diabetes, hypertensie, obesitas, cardiovasculaire ziekte, antecedent van acute nierinsufficiëntie (ANI) of personen met een eerste graad familielid met nierziekte moeten bij voorkeur om de 1 à 2 jaar gescreend worden voor CNI.

Een hogere leeftijd is geen reden tot screening aangezien bij ouder worden de nierfunctie sowieso achteruit gaat (op 70-jarige leeftijd reeds 30% minder nefronen).

De 2 belangrijkste diagnostische labotesten zijn de geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR) en de urine albumine/creatinine ratio (uACR). De eGFR is de beste merker voor de renale excretie functie en wordt berekend op basis van creatinine in serum aan de hand van de CKD-EPI formule bij volwassenen.

De uACR geeft een indicatie van de glomerulaire nierschade en wordt berekend uit de verhouding van de concentraties aan (micro) albumine en creatinine in urine. Het is van belang te weten dat CNI niet gediagnosticeerd kan worden met één enkele abnormale meting van eGFR of uACR. Confirmatie door 2 tot 3 metingen is noodzakelijk.

Potentiële complicaties van CNI

  • Acute nierinsufficiëntie (ANI) (dehydratatie, IV contrast, medicatie)
  • Anemie
  • Hypertensie
  • Toxiciteit medicatie
  • Dyslipidemie
  • Hartfalen/volume overload/hypertrofie
  • Linker ventrikel
  • Hyperkaliëmie
  • Hypocalciëmie
  • Hyperfosfatemie
  • Hyperparathyroidie
  • Hyperuricemie
  • Malnutritie
  • Metabole acidose
Criteria voor CNI (één van de volgende aanwezig voor > 3 maand)
Verminderde eGFR eGFR < 60 ml/min/1.73m²
Merkers van nierschade Albuminurie (uACR ≥ 30 mg/g creatinine)
Urinesediment abnormaliteiten
Elektrolyt- en andere abnormaliteiten door tubulaire schade
Histologische abnormaliteiten op nierbiopt
Structurele abnormaliteiten op beeldvorming
Voorgeschiedenis van niertransplantatie

eGFR waarden & interpretatie

Waarden > 60 ml/min/1.73m2 zonder andere merkers van nierziekte (albuminurie, hematurie, structurele abnormaliteiten) zijn geen indicatie voor CNI.

Waarden < 60 ml/min/1.73m2 die persistent aanwezig zijn (≥ 3 maanden) zijn diagnostisch voor CNI.

Aandachtspunten eGFR

  • eGFR is een geschatte parameter die een steady state van creatinine veronderstelt.
  • eGFR kan onbetrouwbaar zijn bij extremen in spiermassa of bij bepaalde diëten (vb. zeer hoog of zeer laag in eiwit). Gedurende 12 uur voor bloedafname mag geen vlees gegeten worden.
  • Sommige medicaties kunnen interfereren met de excretie van creatinine (vb. trimethoprim, fenofibraat, cephalosporinen).
  • Bij gehospitaliseerde patiënten of patiënten met ANI maakt de fluctuatie in creatinine de eGFR onbetrouwbaar.

uACR waarden & interpretatie

  • uACR is de voorkeursmethode om te screenen voor eiwit in urine:
    • uACR kwantificeert albuminurie in een range die niet gedetecteerd wordt door urine dipstick analyse.
    • Waarden > 30 mg/g creatinine (≥ 3 maanden) zijn diagnostisch voor CNI.
    • uACR kan onbetrouwbaar zijn bij sommige patiënten met acute ziekte, zware fysieke inspanning, slecht gecontroleerde hypertensie of hyperglycemie.
  • 24 uurs urine collecties zijn meestal niet nodig behalve bij kinderen waarbij een kwantificatie van de totale proteïne/albumine excretie uitgevoerd moet worden.

Correlatie albuminurie & proteïnurie

Categorie uACR (mg/g creatinine) Eiwit dipstick uPCR* (g/g creatinine)
Normaal tot licht verhoogd
< 30 Negatief / spoor < 0.15
Matig verhoogd 30 - 300 Spoor / + 0.15 - 0.50
Sterk verhoogd > 300 + of groter > 0.50
*uPCR = urinair proteïne creatinine ratio

Urinesediment

Urinesediment abnormaliteiten zijn indicatief voor nierschade, zelfs met persisterende eGFR > 60 ml/min/1.73m2. Significant afwijkend zijn grote aantallen leucocyten (WBC) en dysmorfe erythrocyten (RBC), cellulaire cilinders en renale tubulaire cellen zonder aanwezigheid van infectie of vreemde materialen.

Stagering van CNI

Risicostagering van CNI is belangrijk voor verdere zorgplanning en behandeling. Categorieën worden gedetermineerd op basis van oorzaak, eGFR en uACR. Er zijn 5 eGFR categorieën en 3 albuminurie categorieën. De testfrequentie is afhankelijk van de stagering zoals gezien kan worden in onderstaand schema.

Richtlijnen voor frequentie van monitoring (aantal keren per jaar) per categorie eGFR en albuminurie

Patiënten in een oranje of rode categorie vereisen medicamenteuze therapie (RAS-inhibitoren, SGLT2-inhibitoren, statines, bempedoïnezuur) en aanpassing van de levensstijl (dieet, rookstop, verhogen fysieke activiteit) om de hypertensie en hyperlipidemie onder controle te krijgen. Overige medicatiebewaking en eventuele dosisreductie op basis van verminderde nierfunctie kan noodzakelijk zijn.

Indien de patiënt behoort tot de (donker)rode categorie of in de A3 categorie, is doorverwijzing naar een nefroloog en eventueel nier-vervangende therapie noodzakelijk. Indien er sprake is van een renale massa, vergrote prostaat of obstructie wordt er beter doorverwezen naar een uroloog.

eGFR- en albuminurieraster waarin het risico op progressie weergegeven wordt a.d.h.v. een kleurcode (groen, geel, oranje, rood, donkerrood). De getallen in de vakken zijn een indicatie voor de frequentie van monitoring (aantal keren per jaar).

  • A short guideline on chronic kidney disease for medical laboratory practice, Abusoglu et al., Turkish Journal of Biochemistry 2016;41(4):292-301
  • BCGuidelines.ca: Chronic Kidney Disease in Adults – Identification, Evaluation and Management (2019)
  • KDIGO 2012 Clinical Practice Guideline for the Evaluation and Management of Chronic Kidney Disease
  • Labotests in de praktijk, minder én beter!, Avonts et al., Huisarts nu november 2009; 38(9)
  • Multidisciplinaire richtlijn Chronisch nierlijden (CNI), aanvulling op de richtlijn ‘Chronische nierinsufficiëntie” van Domus Medica, 2012, Goderis et al.
  • Richtlijn chronische nierinsufficiëntie, Van Pottelbergh et al., Domus Medica 2012
  • The role of laboratory testing in detection and classification of chronic kidney disease: national recommendations, Niljak et al., Biochemia Medica 2017;27(1):153-76
  • UpToDate. Chronic kidney disease (newly identified): Clinical presentation and diagnostic approach in adults, geconsulteerd op 12/01/2023

Liever een geprinte versie?

Wilt u dit artikel rustig nalezen zonder scherm, offline raadplegen of delen met collega’s? Via de knop hieronder kunt u het downloaden als PDF en afdrukken naar wens.

Andere relevante artikels

Schatting van de glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR) bij kinderen: introductie van de EKFC-formule

Het belang van vroegtijdige opsporing van glomerulaire nierschade

Blijf geïnformeerd!

Laat uw gegevens achter en ontvang de nieuwste updates en relevante artikels van ons labo rechtstreeks in uw mailbox.