De diagnostiek van dengue gebeurt voornamelijk door middel van serologie waarbij IgM- en IgG-antistoffen gemeten worden met behulp van ELISA.
- IgM-antistoffen kunnen al 4 dagen na het ontstaan van de koorts worden aangetoond in het serum en zijn ongeveer tot 3 maanden aantoonbaar. Omdat er kruisreactiviteit tussen IgM-antistoffen tegen andere flavivirussen kan voorkomen, is voor een betrouwbare diagnose een tweede serummonster aangewezen (idealiter 14 dagen na het eerste monster).
- IgG-antistoffen ontstaan na ongeveer 10-14 dagen en blijven levenslang aanwezig. Vals positieve IgG resultaten zijn mogelijk na gele koorts vaccinatie (tot 1 jaar na vaccinatie) of door kruisreactie met andere flavivirussen. Bij een secundaire infectie vindt de zeer uitgesproken IgG stijging plaats vóór de ontwikkeling van IgM antistoffen.