Laag-risico STEC, die enkel Stx1 produceren, veroorzaken doorgaans diarree die niet-bloederig is. Slechts zelden leidt een dergelijke infectie tot HUS, behalve bij immuungecompromitteerde of sterk verzwakte personen, zoals bewoners van woonzorgcentra.
Bij hoog-risico STEC gaat de infectie vaak vooraf door een prodromale fase met uitgesproken abdominale pijn, nausea, braken en soms koorts. Na enkele dagen ontwikkelt zich diarree, die in ongeveer twee derde van de gevallen bloederig is en bij 30–50% van de patiënten gepaard gaat met koorts.
HUS treedt bij hoog-risico STEC op bij ongeveer 15–20% van de kinderen. Het ziektebeeld wordt gekenmerkt door oligurie of anurie, snelle progressieve trombocytopenie, hemolytische anemie (met hemoglobinurie, lage of niet-meetbare haptoglobine, verhoogde LDH) en een sterke stijging van het serum creatinine. Bij een uitgesproken daling van de eGFR is nierdialyse vaak noodzakelijk. Het risico is het hoogst bij kinderen jonger dan 5 jaar.