Deel dit artikel via:
Het labo rapporteert binaire, sekse-specifieke referentiewaarden, wat kan leiden tot:
Er bestaan echter momenteel geen trans-specifieke referentiewaarden.
Vanaf ongeveer 3 maanden na start van hormoontherapie beginnen veranderingen in lichaamscompositie en labowaarden zichtbaar te worden.
Een correcte interpretatie van laboratoriumwaarden bij transgender personen vraagt om aandacht voor het hormonale profiel en lichaamsveranderingen.
Hieronder 3 casussen om de interpretatie van labowaarden bij transgender personen te illustreren.
Een transman presenteert zich met een hematocriet (Hct) van 49%. Volgens vrouwelijke referentiewaarden is dit “verhoogd”, maar binnen het kader van testosterontherapie is dit een fysiologisch effect. Testosteron stimuleert de erytropoëse, waardoor een hogere hematocrietwaarde te verwachten is. Een Hct tot 50% wordt frequent gezien bij transmannen (ongeveer 11%), vooral bij rokers en bij gebruik van langwerkende testosteronpreparaten.
Beleid: Er is in dit geval geen reden tot ingrijpen. Adviseer rookstop en voer klinische follow-up uit om verdere stijging of bijkomende risicofactoren op te volgen.
Kernboodschap: Een verhoogd hematocriet bij testosterongebruik is meestal fysiologisch. Interpretatie dient te gebeuren binnen het juiste hormonale en klinische kader.
Een transvrouw gebruikt oestrogentherapie en ondergaat routinebepaling van de nierfunctie. De eGFR wordt automatisch berekend volgens de CKD-EPI-formule, die uitgaat van een bepaald spiermassaniveau. Omdat transvrouwen door hormonale en lichaamsveranderingen doorgaans een lagere spiermassa hebben, is het aangewezen de vrouwelijke formule te gebruiken. Voor transmannen geldt omgekeerd dat de mannelijke formule het meest passend is.
Opgelet, in situaties waarbij een nauwkeurige nierfunctieschatting cruciaal is – bijvoorbeeld bij contrastonderzoek of het voorschrijven van nefrotoxische medicatie – verdient het aanbeveling om een 24-uurscreatinineklaring of een Cystatine C-gebaseerde eGFR te gebruiken. Deze methoden zijn minder afhankelijk van geslacht of spiermassa.
Kernboodschap: Bij transpersonen dient de eGFR-berekening te worden afgestemd op het hormonale en fysiologische profiel. Voor kritieke beslissingen is een geslachtsneutrale of directe meting aangewezen.
Een transvrouw onder feminiserende hormoontherapie heeft een PSA-waarde van <2 ng/mL. Hoewel de prostaat behouden blijft, is de incidentie van prostaatcarcinoom bij transvrouwen duidelijk lager dan bij cismannen (Standardized Incidence Ratio = 0,20).
Door de invloed van oestrogenen en anti-androgenen neemt het prostaatvolume en de PSA-secretie af. Hierdoor liggen de verwachte PSA-waarden lager dan de leeftijdsspecifieke referentiewaarden voor mannen.
Beleid: Een lage PSA bij transvrouwen is doorgaans fysiologisch. Bij twijfel over klinische relevantie of bij stijgende waarden is het belangrijk om de PSA-trend in de tijd te volgen, eerder dan enkel de absolute waarde te beoordelen.
Kernboodschap: De prostaat blijft aanwezig bij transvrouwen, maar PSA-niveaus liggen lager door hormonale suppressie. Interpretatie moet gebeuren binnen het kader van de gebruikte hormoontherapie en de individuele trend.
Wilt u dit artikel rustig nalezen zonder scherm, offline raadplegen of delen met collega’s? Via de knop hieronder kunt u het downloaden als PDF en afdrukken naar wens.
Laat uw gegevens achter en ontvang de nieuwste updates en relevante artikels van ons labo rechtstreeks in uw mailbox.