Westnijlvirus: wat is het en wat betekent de eerste besmetting in België?

In augustus 2026 werd het westnijlvirus voor het eerst officieel bevestigd bij een paard in Wallonië. Eerder al, in 2025, werd het virus bij vogels in de regio Mechelen-Halle aangetroffen. Dat het virus stilaan ook bij ons opduikt, is geen verrassing: het circuleert al enkele jaren in buurlanden zoals Nederland en Duitsland, en klimaatverandering zorgt ervoor dat het steeds verder naar het noorden opschuift. In dit artikel leggen we uit wat het westnijlvirus precies is, hoe je het kan krijgen, welke symptomen je kan verwachten en wat je zelf kan doen.

Deel dit artikel via:

Wat is het westnijlvirus?

Het westnijlvirus is een virus dat van nature circuleert tussen vogels met muggen als vectoren, waaronder ook de gewone bij ons voorkomende mug (Culex pipiens). Af en toe bijt zo’n besmette mug ook een mens of een ander zoogdier, zoals een paard, en kan het virus worden overgedragen. Mensen en paarden zijn wat men “eindgastheren” noemt: het virus kan wel bij hen terechtkomen, maar hun bloed bevat te weinig virus om een nieuwe mug te kunnen besmetten. Daardoor kan een besmet persoon of paard het virus niet doorgeven aan anderen. Overdracht van mens op mens gebeurt in principe niet, behalve in zeldzame gevallen via een bloedtransfusie of orgaandonatie.

Hoe krijg je het westnijlvirus?

Je krijgt het westnijlvirus via de beet van een besmette mug, niet via gewoon contact met een besmet persoon, dier of voorwerp. Na de beet duurt het meestal enkele dagen tot maximaal twee weken voor eventuele klachten optreden. Niet elke mug draagt het virus: enkel muggen die eerder een besmette vogel gebeten hebben, kunnen het doorgeven.

Wat zijn de symptomen van het Westnijlvirus?

Het overgrote deel van de besmette mensen, ongeveer 80%, krijgt helemaal geen klachten en weet niet eens dat het virus heeft opgelopen. Bij zo’n 1 op 5 besmette personen ontstaat een griepachtig beeld met koorts, hoofdpijn, spier- en gewrichtspijn, een huiduitslag en opgezwollen lymfeklieren, dat doorgaans na ongeveer een week overgaat. Een grondig herstel kan wel wat langer op zich laten wachten: vermoeidheid kan nog weken tot maanden aanhouden.

Bij minder dan 1% van de besmette personen ontstaat een ernstigere, neurologische vorm zoals hersen- of hersenvliesontsteking. Dat risico ligt duidelijk hoger bij ouderen en bij mensen met een verminderde immuniteit. Deze ernstige vorm kan in uitzonderlijke gevallen levensbedreigend zijn, maar dat blijft eerder de uitzondering dan de regel: voor de grote meerderheid van de besmette mensen verloopt een infectie met het westnijlvirus mild of zelfs onopgemerkt.

Het westnijlvirus wordt soms verward met andere ziekten die via muggen worden overgedragen, zoals het chikungunyavirus. Al kunnen de klachten (koorts, gewrichtspijn) op het eerste gezicht gelijkaardig lijken, gaat het om een ander virus, overgedragen door een andere muggensoort (Aedes in plaats van Culex), dat vooral in tropische en subtropische gebieden voorkomt.

Waar komt het westnijlvirus voor en wat is de situatie in België in 2026?

Het westnijlvirus circuleert al sinds de jaren 1950 in Zuid- en Centraal-Europa, maar door de opwarming van het klimaat, langere zomers en mildere winters breidt het gebied waar het virus voorkomt zich stelselmatig uit naar het noorden. Buiten Europa is het virus vooral bekend van de Verenigde Staten, waar het pas in 1999 voor het eerst opdook, in New York. Die uitbraak werd toen opgemerkt doordat ongewoon veel kraaien en andere vogels doodgingen, onder meer in de dierentuin van de Bronx. In de zomer van 2026 meldden onder meer Spanje (met tientallen bevestigde gevallen, vooral in Andalusië en Extremadura), Italië, Griekenland en Roemenië humane besmettingen.

In Nederland werd begin augustus 2026 de eerste menselijke besmetting sinds 2020 vastgesteld, bij een bloeddonor uit de provincie Utrecht die niet naar het buitenland was gereisd. In België werden tot nu toe geen besmettingen bij mensen bevestigd. Wel dook het virus in 2025 op bij vogels in de regio Mechelen-Halle, en in augustus 2026 bij een paard in Wallonië. Half augustus 2026 testten ook drie kraaien en een ekster in de Brusselse wijken Laken en Schaarbeek positief. Dat wijst erop dat het virus ook hier in de muggenpopulatie aanwezig kan zijn, vooral tijdens het muggenseizoen dat doorgaans van mei tot oktober loopt, met een piek tussen juli en oktober.

Wat betekent de besmetting bij het paard in België voor jou?

Omdat een besmet paard het virus niet kan doorgeven aan mensen of andere dieren, loop je geen risico door in de buurt van dat paard te komen of het te verzorgen. Het risico voor mensen komt, net als bij het paard, enkel van de beet van een besmette mug. De vaststelling bij het paard, en de positieve vogels in Brussel, zijn vooral een signaal dat het virus in die regio’s in de muggenpopulatie circuleert, en dat het dus zinvol is om je tijdens het muggenseizoen te beschermen tegen muggenbeten, zeker in de betrokken gebieden.

Is er een behandeling voor het westnijlvirus?

Er bestaat geen specifieke antivirale behandeling en geen vaccin voor mensen. Bij milde klachten kan je de symptomen verlichten met voldoende rust, water drinken en een koortswerend middel zoals paracetamol. Bij een ernstiger verloop is opname in het ziekenhuis nodig, waar de klachten intensief opgevolgd en behandeld worden. Voor paarden bestaat er wel een vaccin, dat het risico op een ernstig verloop kan verminderen.

Wat kan je zelf doen om een besmetting te voorkomen?

Omdat er geen vaccin voor mensen bestaat, is het vermijden van muggenbeten de belangrijkste bescherming, vooral tijdens het muggenseizoen:

  • Gebruik een muggenwerend middel op basis van DEET, zeker in de schemering en ’s nachts, wanneer de gewone mug het actiefst is.
  • Draag lange mouwen en een lange broek bij buitenactiviteiten in de avond.
  • Plaats muggenhorren voor ramen en deuren, en gebruik indien nodig een muskietennet.
  • Verwijder wekelijks stilstaand water in je tuin of op je terras (bloempotten, gieters, regentonnen), want dat is waar muggen zich voortplanten.
  • Merk je opvallend veel dode vogels in je buurt (bij het westnijlvirus vallen ze soms letterlijk dood uit de lucht)? Raak ze niet aan en meld ze via de gratis vogelgrieplijn 0800/99 777, of in Brussel bij Leefmilieu Brussel. Dode vogels zijn vaak het eerste signaal dat het virus in een regio circuleert.

Wanneer contact opnemen met je huisarts?

Heb je na een muggenbeet aanhoudende koorts, hoofdpijn, spier- of gewrichtspijn die niet na enkele dagen vanzelf overgaat? Bespreek dit dan met je huisarts, zeker als je behoort tot een groep met een hoger risico op een ernstiger verloop, zoals oudere personen of mensen met een verminderde immuniteit. Bij verwarring, een stijve nek, hevige hoofdpijn of spierverzwakking is het belangrijk om onmiddellijk medische hulp te zoeken. Je huisarts kan, in overleg met een laboratorium, de juiste bloedtest laten uitvoeren en de resultaten samen met je klachten interpreteren.

Andere relevante artikels

Er zijn nog geen relevante artikels gepubliceerd.